maandag 28 mei 2012

Op een mooie Pinksterdag….

Kennen jullie dit liedje van Leen Jongewaard en André van den Heuvel? Het dateert uit de jaren 60 en is geschreven door Annie M.G. Schmidt. Zo lief en herkenbaar voor alle dochters en vaders in de hele wereld. Mijn vader komt uit Den Haag en mijn moeder en ik zijn geboren in Beverwijk. Toen mijn moeder in het ziekenhuis lag na de bevalling van mij, heeft mijn vader dit plaatje door de telefoon aan haar laten horen. Net vader geworden van een dochter vond hij het zo mooi en zeker door die ene zin erin: “morgen kan ze zwanger zijn, het kan ook nog vandaag. Het kan van de behanger zijn, of van een Franse zanger zijn, of iemand uit Den Haag”.
Mijn vader hield blijkbaar meteen zijn hart vast voor de toekomst van zijn dochter. Een soort oergevoel van bescherming kreeg over hem heen. Ik denk dat hij er alles voor wilde doen om mij en later mijn zus natuurlijk ook, niet in contact te laten komen met een behanger, een Franse zanger of iemand uit Den Haag. Wat de laatste betreft is dat voor mij niet gelukt, en dat is maar goed ook, want anders was Rebecca er niet geweest.
Omdat dit liedje zo speciaal is voor mijn ouders, luisterden wij er iedere Pinksterdag heel bewust naar. En later luisterde ik er met Rebecca ieder jaar naar. Zelfs als we gingen kamperen. Dan zochten we om 10 uur op de meegenomen transistorradio naar Muziekmozaïek van Willem Duys die iedere 1e Pinksterdag steevast met dit liedje begon. En weet je wat ik nu zo leuk vind. Het eerste wat Rebecca gisteren zij toen ze opstond is: ‘mam we moeten naar ‘Op een mooie Pinksterdag’ luisteren. Dat hoort erbij. Ze kent de tekst ook helemaal uit haar hoofd.
Dus wij hebben gisteren samen naar ‘Op een mooie Pinksterdag’ geluisterd, zoals al die jaren. En ik vond het zo aandoenlijk dat Rebecca er zelf over begon dat ik tijdens het liedje even volschoot. Ook omdat zij ook op een moment komt, dat zij weleens een behanger of een Franse zanger of iemand uit Den Haag zou kunnen ontmoeten. Iemand uit Den Haag heeft zij al ontmoet, en wie weet wat de toekomst brengt. Ik realiseerde mij gewoon ineens heel sterk dat wij op het punt staan een heel nieuwe levensfase in te gaan. De fase van volwassenheid van mijn dochter. En dat vind ik geweldig, maar het raakt mij ook.
Mensen schijnen erg veel moeite te hebben met loslaten. Loslaten van je eigen jeugd, je jeugdigheid als je in de 30 bent zodat er velen halverwege 40 in een midlifecrisis belanden. Heimwee als je je thuis of vaderland wilt vasthouden. Kortom het komt voor in allerlei gedaanten. En dit is er 1 van. Ik lijd gewoon een beetje aan een ‘pre-empty-nest-syndrome’ af en toe. Nu wil ik niet dat dit Rebecca in de weg staat, dus normaal gesproken wil ik daar luchtig mee omgaan. Maar dit was even een zwak momentje.
Maar wat een mooie Pinksterdag was het dit jaar! Het weer was prachtig. Michael en ik hebben er een heerlijk stranddagje van gemaakt. Op de fiets zijn we gegaan om stikvolle trams en wachten voor de parkeergarage te voorkomen. Overigens zouden wij sowieso niet met de auto gaan, dat is niet te betalen voor een hele dag in de garage.
Het was zeer aangenaam op Scheveningen. Niet al te warm, lekker briesje, wel half onder een parasol, want anders was het wel erg warm. Ik ben voorzichtig nog even met mijn voeten de zee ingegaan maar brr, die is nog echt steenkoud. Het is niet zo dat je na een tijdje wel went, nee, je voeten tot aan je enkels verstijven gewoon helemaal. Dus dat deed ik maar heeeeel even. We hebben ook nog even gekeken naar die leuke beelden op de boulevard. Kijk deze is gebaseerd op het verhaal van Hans Brinker voorstellen met zijn vinger in de dijk. Heel schattig beeldje.
En ach zoals het liedje zegt: ‘ik wou dat ik nog 1 keer met mijn dochter aan het handje lopen kon, op een mooie Pinksterdag samen in de zon’. En hoewel ik niet meer haar handje vasthou, lopen wij nog geregeld samen in de zon, en gaan samen eendjes voeren. Dus dat zit wel goed voor de toekomst!


zaterdag 26 mei 2012

Den Haag, de weduwe van Indië

“Ach kassian het is voorbij, kassian het is voorbij, Den Haag, Den Haag de weduwe van Indië ben jij”, dit zong Wieteke van Dort zo’n 25 jaar geleden al in haar rol als Tante Lien. De Indische dame uit Den Haag. En is het voorbij? Is het vergane glorie? Ik betwijfel het. De sporen van de Indische banden zijn nog zo duidelijk.
Natuurlijk heb je in Den Haag de Archipelbuurt met zijn  Javastraat, Celebesstraat, Atjehstraat, Sumatrastraat en het Bankaplein. De Indische roots is daar in steen gehouwen, dat zal nooit meer verdwijnen. Het Statenkwartier schijnt met zijn tuinen tussen de huizen speciaal zo gemaakt te zijn eind vorige eeuw zodat oud Indiëgangers er met al dat groen beter konden aarden. Hoewel ik het een prachtige buurt vindt, met mooi hoge huizen en geweldige perktuintjes, kan ik er, zelfs als ik veel fantasie gebruik, geen Indië in ontdekken. Maar het zijn beiden prachtige wijken in Den Haag.
Afgelopen donderdag ging ik met mijn moeder en mijn vriendin José naar de Tong Tong fair op het Malieveld. Voorheen kenden we deze onder de naam Pasar Malam Besar. En wij gaan ieder jaar. Gewoon uit traditie en natuurlijk omdat we het gewoon leuk vinden. Wij hebben geen Indisch bloed, maar ik denk dat mensen met een Indische achtergrond nog altijd de sfeer van Indië, van vroeger willen opsnuiven.
Dat zag ik van de week wel, toen ik in mijn lunchpauze met een paar collega’s in het parkje vlakbij het Malieveld zaten. Van het centraal station tot aan de Tong Tong fair liep een stroom van bezoekers. En ik vond het zo mooi om te zien. Mensen duidelijk van Indische afkomst, menig een met een batikshirt aan.
Maar ook mensen met misschien een vleugje Indisch bloed samen met de 2e, 3e, 4e en misschien wel 5e generatie. Die wel samen dat ‘ons kent ons’ gevoel delen. Kijk de generatie van vroeger die als geboorteplaats Soerabaja in hun paspoort heeft staan, sterft langzaam uit. Maar toch denk ik dat de nieuwe generaties, misschien onbewust toch nog stevig vasthouden aan het Indische. Ik verwacht dat er bij hen toen vaker Sajoer boontjes of Gado gado op het menu staat dan spruitjes of boerenkool.
Indië heeft zich gewoon geworteld in de Nederlandse cultuur. In vele keukens in Nederland is er op z’n minst een potje sambal oelek, ketjap manis en een pakje satémix te vinden. Wij maken met alle gemak, met hulp van o.a. Conimex of Koningsvogel natuurlijk, allerlei (Vernederlandste) Indische gerechten klaar. Nasi Goreng met saté ajam, een beetje Atjar en wat seroendeng op je bord is totaal niet meer exotisch. Ik was eens in Canada en in een klein plaatsje vlakbij Toronto kwamen we een Hollandse winkel tegen. Nou en wat hadden ze naast het speculaas en de ontbijtkoek? Een hele stelling vol gele Conimexproducten. Geweldig!
Zoals de Engelsen met het zelfde gemak naar de Curryshop gaan voor een heerlijke curry of tandoori chicken als naar de Chippy voor fish and chips. En zonder dat wij het realiseren spreken we allemaal een paar woorden Maleis. Bij de toko vragen we zonder probleem om trassi, santen, boemboe voor ajam pedis. We weten dat babi varken is, en gado gado groenten.
Ik werkte vroeger voor een zorgverzekering en daar kreeg ik geregeld ‘oudere’ Haagsche Indische dames aan de telefoon met een prachtig accent. Ik kan mij er één herinneren die altijd op zeer gebiedende toon naar mij vroeg, haar verhaal deed, en als ik haar dan geholpen had eindigde ze altijd met haar dankwoord met sterk Indisch accent: “Oh mevrouw, ik bestel later voor u een ligstoel in de Hemel”. Kijk die heb dus alvast binnenJ
Pasgeleden vond ik nog wat oude spulletjes van mijn opa uit Indië. Hij was daar rond 1948. Oude foto’s, boeken, verlofbriefjes. Mijn opa vond het een prachtig land. En het moet een betoverende wereld zijn geweest, zeker voor jongens uit die tijd, die nauwelijks gereisd hadden en geen weet hadden van andere culturen.
Dus wij hebben ons weer tegoed gedaan aan ons jaarlijkse Indische snuifje. Heerlijk tjendol gedronken en Es Shanghai en een goed bord Nasi Rames met saté ajam en een pisang goreng gegeten. En de volgende generatie gaat ook naar de Tong Tong fair. Rebecca ging met haar vriendin Marijke ook al voor het zoveelste jaar. En ook zij komt thuis met stukjes spekkoek. Ach kassian, het is misschien veranderd, maar zeker niet voorbij. Den Haag is een nog altijd springlevende weduwe.


woensdag 16 mei 2012

Het Residentieorkest samen met Chuck Deely

Bron: Blankespoor fotografie
Vanmorgen liep ik van de tramhalte op het Centraal Station door de overkapping van het Ministerie van VROM toen ik ineens verrast werd met luide muziek. Er bleek dus een heel orkest te staan op die tochtige koude plek. Uit de flyer die ik in mijn handen kreeg bleek dat het om een benefietconcert ging voor onze plaatselijke straatmuzikant Chuck Deely. Chuck komt oorspronkelijk uit Detroit.



En iedere ochtend zit hij onder die zelfde overkapping in weer en wind met zijn gitaar te zingen. En altijd weer valt mij op wat een fijne stem hij heeft. Een soort Neil Young stem. Dat rauwe nostalgische. Vaak vraag ik mij af hoe hij überhaupt nog gitaar kan spelen in die kou. Hij moet toch heel stijve vingers hebben?
Iedere middag zit hij in de Grote Marktstraat voor de Hema, en ook daar speelt hij weer aardig wat uurtjes weg. En dat waardeer ik. Hij is er echt elke dag! Nu kan je zien aan zijn ‘appearance’ dat zijn leven niet over rozen gegaan is.
Zijn gezicht is getekend door jarenlang drugsgebruik en het harde leven in weer en wind als een straatmuzikant. En ik denk dat het op een gegeven moment in je leven niet of nauwelijks meer mogelijk is om slechte gewoontes af te leren. En bij Chuck zie ik dat ook niet zo snel gebeuren. Maar ondertussen entertaint hij hele kuddes van ambtenaren en andere kantoorfiguren op heel plezierige muziek tijdens de tocht van het CS naar de kantoren in Den Haag. En dat mag hij van mij nog jaren blijven doen! En daarom vind ik dit concert van vanmorgen zo sympathiek. Goed voor het Residentieorkest, goed voor ons om naar te luisteren, en natuurlijk goed voor Chuck! Ik hoop dat je ons nog lang mag blijven entertainen!